Klimaatbestendige inrichting
Eten en gegeten worden, dat geldt voor alle levenden wezens op aarde. Alle planten en dieren in de natuur zijn van elkaar afhankelijk. Ze hebben elkaar nodig; de een is het voedsel voor de ander. Deze reeks van eten en gegeten worden heet een voedselketen. De mens staat bovenaan de voedselketen. Wij hebben geen natuurlijke vijanden meer omdat wij ons kunnen beschermen tegen bijvoorbeeld roofdieren.
Dit is een voorbeeld van een voedselketen:
1. Mos leeft van mineralen op een vochtige ondergrond.
2. Het mos wordt gegeten door een rendier.
3. Het rendier wordt gegeten door een wolf.
4. De wolf sterft en wordt verteerd tot mineralen door schimmels.
5. De mineralen worden opgenomen door het mos, en zo is de keten rond.
De voedselketen in gevaar
De voedselketen is een mechanisme waarin voedsel (brandstoffen) continue wordt doorgegeven en hergebruikt. Maar dat mechanisme geldt niet alleen voor nuttige stoffen. Door vervuiling van mensen krijgen dieren soms afvalstoffen in hun lichaam. De volgende in de voedselketen krijgt deze stoffen ook weer binnen en geeft het weer door aan de volgende in de voedselketen. Chemische stoffen die mensen in het milieu achterlaten hopen zich op deze manier op in de voedselketen en bedreigen een goede ontwikkeling en voortbestaan van planten, dieren en de mens!
(Bron: www.geolution.nl)
De voedselketen en de EHS
De term 'Ecologische Hoofd Structuur' (EHS) werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het ministerie van LNV. Aanleiding voor de aanleg van de EHS was de achteruitgang van het aantal soorten planten en dieren in de natuur mede door de verstoring van de voedselketen. De EHS betreft een netwerk van zowel grote als kleine gebieden in Nederland waar de natuur (planten en dieren) in feite voorrang heeft. De EHS is bedoeld om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meergebieden. Hierdoor zijn deze gebieden beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden. Grotere natuurgebieden zijn gevarieerder en er kunnen meer soorten planten en dieren leven.
Elk EHS-gebied heeft een zogenoemd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. De provincies wijzen de natuurdoelen aan. Als de natuurdoelen zijn gehaald en de natuurgebieden een samenhangend geheel vormen, zal de EHS klaar zijn. De EHS moet in 2018 gereed zijn en zal dan een totale oppervlakte van 728.500 hectare omvatten. Dat is gelijk aan ongeveer 17,5% van de totale oppervlakte van Nederland.
Natuurgebieden verbinden
Om te voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd raken, zijn tussen deze gebieden verbindingen nodig. Deze zorgen ervoor dat soorten in een gebied kunnen terugkeren als ze dreigen te verdwijnen (bijvoorbeeld door ziekte). Verbindingen zijn ook gunstig voor de uitwisseling tussen verschillende groepen dieren en bevordert hun gezondheid. Vaak zijn zogenoemde faunapassages (bijvoorbeeld wildtunnels) nodig om natuurgebieden te verbinden. Via deze robuuste verbindingszones wordt circa 27.000 hectare nieuwe natuur aan de EHS toegevoegd.
Daarnaast is het voor het goed kunnen functioneren van de EHS van belang dat barrières, zoals snelwegen en kanalen, worden overwonnen. Hiervoor heeft de overheid een plan gemaakt: het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO). In dit plan zijn de belangrijkste barrières en manieren om ze te overwinnen in kaart gebracht. In de periode tot 2018 moeten deze barrières worden opgeruimd. Hiervoor is meer dan 400 miljoen euro beschikbaar. Aan de provincies is gevraagd om zo nodig ook provinciale wegen te 'ontsnipperen'. Voor edelherten worden bijvoorbeeld ecoducten over snelwegen gebouwd. Voor dassen en andere kleine dieren worden tunnels onder wegen aangelegd.
(Bron: www.groeneruimte.nl)
« Terug

